| MenRuiterRoute 2 |
 |
MenRuiterRoute 2 is een mooie maar lange rit naar Hoog Buurlo, waar het voormalig zendstation Radio Kootwijk en het gelijknamige dorpje bezienswaardigheden zijn. Na het oversteken van de N310, op de vijfsprong bij Men/Ruiter paaltje 22, rijdt u eerst richting Kootwijk, waarna het over de Duinweg en de Kerkendelweg richting paaltje 43 gaat. Van dit kruispunt gaat het richting Assel en via de Regelbergen en het Kootwijker Bovensbos komt u bij Hoog Buurlo. Hier heeft u prachtig verzicht. U komt door Radio Kootwijk en passeert de zwerfkei en de bronzen wereldbol. Tijdens de terugreis kunt u nog even een uitstapje maken naar het dorp Kootwijk.
Let op! In het gebied van Staatsbosbeheer mogen uitsluitend gemarkeerde men/ruiterpaden gebruikt worden.
|
| Niveau: |
 |
| Lengte: |
30,7 km |
| Soort: |
Ruiter en men routes |
| GPS Route (.gpx formaat) |
|
| GPS POI’s (.gpx formaat) |
Downloaden |
| Route afdrukken |
Downloaden |
Klik hier om deze kaart groter weer te geven
Klik hier om de route weer te geven op een GoogleMaps kaart
Bezienswaardigheden langs de route:
Poi 03. Houtsingel Hoog Buurlo
Als u wilt weten hoe het er vroeger op de heide aan toe ging, dan krijgt u hiervan een aardig beeld in Hoog Buurlo. U gaat even helemaal terug in de tijd. Hoog Buurlo ligt op een markante heuvel en bestaat slechts uit twee huizen en twee schaapskooien. Eeuwenlang is hier niets veranderd. Hier beleeft u hoe de mensen eeuw na eeuw leefden. Alles draaide om de heide, de akker, de schaapskudde, de schaapskooien en de schapendriften. De fraaie dubbele en driedubbele beukenlanen rond Hoog Buurlo zijn samen zo'n 40 kilometer lang. Ze zijn rond 1880 aangeplant door de toenmalige landeigenaar en waren bedoeld als een netwerk van brandsingels.
Poi 04. Radio Kootwijk
Zomaar midden in het bos bij Kootwijk staat ineens een rij huizen met rode daken. Hier woonde vroeger het personeel van het iets verder gelegen zendstation Radio Kootwijk. In 1920 is het oog gevallen op de kale woeste gronden bij Kootwijk voor het bouwen van een krachtige radiozender. De waarde van deze grond was beperkt en het was er heerlijk rustig, zonder storende invloeden. Zo'n 150 werklozen uit Amsterdam hebben toen ongeveer 250 hectare grond geëgaliseerd. Er werd een zendgebouw opgetrokken en in een straal van 500 meter kwamen zes hoge zendmasten te staan, die als een soort pannenkoek via draden aan elkaar en aan het zendstation verbonden waren. In 1923 verrees in Malabar in Nederlands-Indië ook een dergelijk zendstation. De zendverbinding tussen de twee delen van het Koninkrijk bleek in een enorme behoefte te voorzien. Overigens ging het daarbij nog steeds om morseverkeer. Het overdragen van de menselijke stem werd pas in 1927 mogelijk. Zo kon koningin Wilhelmina op 28 februari 1928 het eerste telefoongesprek voeren vanuit Kootwijk met Nederlands-Indië«. Tot de tweede wereldoorlog maakte Radio Kootwijk een gouden tijd door. Op het terrein van het radiostation werd een enorme zwerfkei gevonden. Bij het tienjarig bestaan van Radio Kootwijk in 1938 werd de kei met vereende krachten naar de driehoek bij de woningen vervoerd. De beeldhouwer Titus Leeser kreeg de opdracht om van de kei een kunstwerk te maken. Hij beitelde in de steen een masker met een roepende mond en daarnaast de tekst: "Hallo Bandoeng! 28 februari 1928-1938". Ook de bronzen wereldbol, met Kootwijk op de plek van de Noordpool, werd er toen bijgeplaatst. De Amerikaanse eik stond er al toen het monument in september 1939 werd onthuld. In de loop van de jaren 60 raakte Radio Kootwijk zijn functie kwijt. Satellieten namen de sleutelrol in het communicatieverkeer over. Niettemin worden de gebouwen op het KPN-terrein nog steeds gebruikt.
Poi 06. Kootwijk ten tijde van de Franse bezetting
De naam Kootwijk (wijk van kooien) verwijst naar de talloze schaapskooien die in het verre verleden er rond deze nederzetting lagen. Maar tegenwoordig zijn de arme schapenboeren zijn verdwenen. Het schaap is ingeruild voor het paard en in het hele gebied zijn de rommelige weiden veranderd in smetteloze gazons waar paarden grazen achter strak in het gelid staande afrastering. Tijdens opgravingen tussen 1971 en 1975 werden op het Kootwijkerzand resten van een vroegmiddeleeuwse nederzetting gevonden, die waarschijnlijk in de twaalfde eeuw door het zand is bedekt. Misschien zijn de boeren uit dit gebied naar de Gelderse Vallei getrokken of hebben ze het dorp Kootwijk gesticht, waarvan de naam pas in de veertiende eeuw wordt genoemd. In een beschrijving uit 1744 wordt van Kootwijk gezegd: "een gering dorp, is midden op de rugge der Veluwe, op een schralen bodem gelegen". Dit laatste sloeg en slaat op de uitgestrekte heidevelden die ook nu nog in de omgeving, vooral in de richting van Kootwijk-Radio, zijn te vinden. Er wordt wel verteld dat de Fransen, toen zij in 1672 ons land binnenvielen, het dorp Kootwijk niet konden vinden. Helemaal ondenkbaar is dat natuurlijk niet, het ligt te midden van uitgestrekte bossen en heidevelden en het hoog opgaand geboomte op de Brink rondom de kerk kan het dorp aan het oog van de militairen hebben onttrokken. Tot diep in de twintigste eeuw gaf slechts een landweggetje of karrenspoor toegang tot het rustieke dorpje met het kerkje en de put op de Brink als middelpunt.
Poi 07. Stroeër Heide
Ten oosten van het dorp Stroe ligt de Stroeër Heide en het Kootwijkse Veld. Het is een groot heidegebied waar je meer dan twee kilometer ver kunt kijken. Het is een gedeelte van de boswachterij Kootwijk waar door de eeuwen heen nauwelijks iets is veranderd. In de eerste helft van deze eeuw zijn veel heidevelden ontgonnen en veranderd in landbouwgrond en bos. In de jaren zestig kwam er op aandringen van natuurbeschermers een einde aan die ontginningen. Langs de randen van de heide werden aan het eind van de 19e eeuw ontelbaar veel scherven van oud vaatwerk en vuurstenen voorwerpen, zoals speerpunten en beitels gevonden. Vanwege de vele historische vondsten constateerde de toenmalige burgemeester ‘dat Stroe tot de oudst en langst bewoonde streek deze gemeente behoort’. Op een paar grafheuvels na is van dit alles niets meer te zien, maar de mooie heide is er nog. In de afgelopen jaren is de Stroeër Heide steeds droger geworden, met als gevolg dat nagenoeg alle weidevogels zijn verdwenen. Vogels die nog wel te zien zijn, zijn de buizerd, torenvalk, raaf, tortelduif, de grote lijster, boompiepers, veldleeuwerikken, tapuiten, af en toe de klapekster en een enkele kievit. Al bijna tien jaar grazen er koeien op de Stroeër Heide. Door deze begrazing kan de hei weer in oude staat terug worden gebracht en wordt vergrassing tegen gegaan.
Terug
|