| FietsRoute 1 |
 |
FietsRoute 1 is een rondje van 24 km, waarbij u als eerste bezienswaardigheden de Houtbeek en de Stroeër Heide met het Kootwijkseveld zult tegenkomen. U rijdt met een boog om Kootwijk, maar komt ten slotte toch in het dorp. Hierna gaat het langs het Kootwijkerzand en bij de Harskamperdennen gaat het retour naar Onder de Kastanje via het Prins Hendrikbos.
|
| Niveau: |
 |
| Lengte: |
24,1 km |
| Soort: |
Fietsroutes |
| GPS Route (.gpx formaat) |
|
| GPS POI’s (.gpx formaat) |
Downloaden |
| Route afdrukken |
Downloaden |
Klik hier om deze kaart groter weer te geven
Klik hier om de route weer te geven op een GoogleMaps kaart
Bezienswaardigheden langs de route:
Poi 01. Prins Hendrikbos & Heetweg
Poi 01.1 Prins Hendrikbos Als liefhebber van de bosbouw en als erevoorzitter van de Nederlandsche Heidemaatschappij, bracht Z.K.H. Prins Hendrik verschillende malen een bezoek aan de ontginningen van de heide en het beplanten van de zandverstuiving bij Kootwijk. Tijdens een van deze bezoeken is een foto gemaakt van de prins bij zijn Koninklijke 6-span. Deze foto geeft ons een heel goed beeld van hoe de omgeving er toen uit zag. Als erkenning voor zijn vele bezoeken is een gedeelte van het Loobos naar de prins vernoemd: Het Prins Hendrikbos. Ook is er een Prins Hendrikweg. Poi 01.2 De Heetweg De Heetweg loopt van Kootwijk naar het buurtschap Essen. In 1878 omschrijft de toenmalige burgemeester de weg als volgt: 'De togt van Kootwijk derwaarts is bar, 't gaat dwars door de zandverstuivingen; een geregelde weg bestaat er niet, hoewel de Gardersche molenkar wekelijks de reis door die woestijn maakt. De zoogenaamde weg verlegt zich, al naar de wind het goedvindt; waar heden de baan vlak was, zal die morgen door heuvels bedekt zijn.' In het begin van deze eeuw wordt de Heetweg verbeterd. Het was in die dagen een ontzaglijk werk om zonder machines een berijdbare weg door de zandduinen aan te leggen. Nadat de weg ongeveer waterpas was gemaakt, werd hij op een breedte van vier meter met een 25 centimeter dikke laag heide bedekt. Hierdoor ontstond een redelijk goed berijdbare weg. Later werd het een grindweg en in de jaren zestig is de Heetweg geasfalteerd. Aan de bochten in de weg is nog te zien dat bij de aanleg de grootste stuifheuvels werden omzeild.
Poi 02. Het Kootwijkerzand
Door eeuwenlange boskap en overbeweiding was er ruim honderd jaar geleden weinig meer over van de bossen op de Veluwe. Grootscheepse ontginningen in de Middeleeuwen leidden tot voedselarme zandgronden. Wat nog over was aan vruchtbare akkers stoof onder het zand en werd onbruikbaar. De bewoners van de Veluwe hadden een nieuw landschap gecreëerd: de zandverstuiving. In 1850 kende de Veluwe ruim 14.000 hectare stuifzand. Rond die tijd wordt een eerste aanzet gegeven om de zandverstuivingen concreet aan te pakken. Er werden drie dennensingels aangeplant, de huidige Zanderdennen, Harskamperdennen en de Essenerdennen. Deze singels moesten de landbouwgronden van Kootwijk en omgeving beschermen, maar leidde niet tot het beoogde resultaat. In 1899 werd Staatsbosbeheer opgericht, wiens eerste activiteit het herbebossen was van de zandverstuivingen. Hiertoe werden grote stukken grond opgekocht en de landbouwgronden werden ingericht als boomkwekerij. De grove den bleek de meest passende boomsoort , vanwege de geringe eisen die deze conifeer stelde aan de groeiplaats. Bovendien leverde hij waardevol hout op. Het beplanten van de zandverstuivingen gebeurde met tweejarige dennetjes, die in de kwekerijen bij Kootwijk waren opgegroeid. Vandaag de dag is alleen nog het Kootwijkerzand over, met haar 700 hectare stuifzand het grootste in zijn soort van Europa. Ongeveer de helft van het Kootwijkerzand bestaat uit zogenaamd levend stuifzand, wat betekent dat het zand altijd in beweging is. De rest van het zand wordt vastgehouden door (korst)mostapijten en grassen, waaronder schapen- en buntgras.
Poi 07. Stroeër Heide
Ten oosten van het dorp Stroe ligt de Stroeër Heide en het Kootwijkse Veld. Het is een groot heidegebied waar je meer dan twee kilometer ver kunt kijken. Het is een gedeelte van de boswachterij Kootwijk waar door de eeuwen heen nauwelijks iets is veranderd. In de eerste helft van deze eeuw zijn veel heidevelden ontgonnen en veranderd in landbouwgrond en bos. In de jaren zestig kwam er op aandringen van natuurbeschermers een einde aan die ontginningen. Langs de randen van de heide werden aan het eind van de 19e eeuw ontelbaar veel scherven van oud vaatwerk en vuurstenen voorwerpen, zoals speerpunten en beitels gevonden. Vanwege de vele historische vondsten constateerde de toenmalige burgemeester ‘dat Stroe tot de oudst en langst bewoonde streek deze gemeente behoort’. Op een paar grafheuvels na is van dit alles niets meer te zien, maar de mooie heide is er nog. In de afgelopen jaren is de Stroeër Heide steeds droger geworden, met als gevolg dat nagenoeg alle weidevogels zijn verdwenen. Vogels die nog wel te zien zijn, zijn de buizerd, torenvalk, raaf, tortelduif, de grote lijster, boompiepers, veldleeuwerikken, tapuiten, af en toe de klapekster en een enkele kievit. Al bijna tien jaar grazen er koeien op de Stroeër Heide. Door deze begrazing kan de hei weer in oude staat terug worden gebracht en wordt vergrassing tegen gegaan.
Poi 11. Grafheuvels Stroeër heide
Terug
|